Select Page

De duizelingwekkende jaren

H5 - 1904: Zijne majesteit en meneer Morel

Zijne majesteit en meneer Morel

Congo-vrijstaat: door de staat gesubsidieerde slavernij en moord. Uitzonderlijk wrede executies.Onwaarschijnlijke reden voor deze onvoorstelbare terreur: de vraag naar rubber (John Dunlop). De fiets werd een cultureel fenomeen, het symbool van een nieuwe generatie en haar tijd, van snelheid, vrijheid en fysieke fitheid. De mondiale vraag naar rubber schoot omhoog.

Koning Leopold II van België (1835-1909): gewiekste zakenman. Met hulp van ontdekkingsreiziger Henry Stanley had de koning in 1885 de hand weten te leggen op een stuk van Congo ter grootte van Europa. De koning zag de kolonie niet als een deel van België, maar als privé bezit, een winstgevende onderneming en bron van rubber, ivoor en inboorlingen die gedwongen tewerkgesteld konden worden.

Explosieve vraag naar rubber. Dwangarbeid, massale verkrachting, duizendvoudige moord en algehele wreedheid: de bestanddelen waarmee de Vrijstaat een gretige markt in Europa en de VS bediende. Tien miljoen mensen omgekomen.

Oneerlijke handel

Edmund Morel (1872-1924): stelde de terreur en andere misstanden in Congo aan de kaak. Morel voedde kranten in de VS en Europa met achtergrondinformatie en begonnen beschamende onthullingen af te drukken over de rol van Leopold II. De Britse regering stuurde Roger Casement naar Congo. Hij maakte voorzichtig en officieel rapport, zijn objectieve en bureaucratische stijl droeg bij aan de impact van zijn rapport. In 1904 gepubliceerd als Brits parlementair stuk en een enorme steun voor Morels campagne.

Casement had een groot rechtvaardigheidsgevoel, kiest de kant van de verdrukte. Oorzaken hiervoor ziet Blom in zijn achtergrond. Geen deel van de aristocratische, op de public schools opgeleide en overwegend Engelse elite waaruit de hogere echolons (niveau in een hiërarchische organisatie) van de koloniale dienst werden gerecruteerd. Casement was homoseksueel.

Het leidde tot een effectieve internationale publiciteitscampagne. Het was de ‘kanker die vrat aan de Europese pretentie van moreel leiderschap en de bijbehorende zendingsdrang om de wereld te kolonialiseren’, volgens Blom. Ook Leopold II bespeeldde en betaalde de media en zogenaamde onafhankelijke onderzoekers. Aan de buitenkant had Leopold II (met zijn hebzucht van legendarische proporties) zogenaamd humanitaire motieven voor het besturen van de Congo. Filantropische buitenkant: bestudering van Congo, kerstening, museum. Maar de inkomsten van deze moordzuchtige onderneming financierde ook de eindeloze uitbreidingen en renovaties van o.a. het koninklijk paleis in Laken en vorstelijke verblijven in het buitenland.

De schande der wereldrijken

Niet alleen Congo, alle koloniale projecten kenden een gewelddadige inslag. Van alle gebeurtenissen die de publieke opinie deden afkeren van het kritiekloos toejuichen van de koloniale avonturen, maakte er geen zoveel indruk als de Boerenoorlog (1899-1902). Kritiek op de hebzucht van Leopold II werd daarmee gezien als cynisch Want de motivatie van de Britten voor de Boerenoorlog was de lucratiefste Zuid-Afrikaanse goudvelden veiligstellen, zo nodig door de lokale kolonisators van Nederlandse afkomst, uit te roeien.

De internationale woede over de Britse poging de dappere Nederlandse kolonialisten met hun legitieme eisen te onderwerpen was uiteraard tot op zekere hoogte politiek (vooral Duitsland had een strategisch belang in Zuid-Afrika). Maar veel van de afschuw in het buitenland kwam ook recht uit het hart. Lord Kitchener paste de tactiek van de verschroeide aarde toe en startte de eerste concentratiekampen. Het verzet tegen de Boerenoorlog kwam vooral van links.

In GB had de afkeer van het grootkapitaal en zijn betrokkenheid bij de Britse goudmijnen in de Transvaal vaak een antisemitische bijklank. Net zoals Dreyfus de perfecte belichaming van de Franse angst was, zo was het beeld van oprechte christelijke boeren die om economische redenen vertrapt werden door de laars van een grotere macht een ideaal symbool van gedeelde angst, die bewonderaars van verschillende achtergronden kon samenbrengen.

Voor Europese beschouwers was het relatief eenvoudig zich solidair te verklaren met de Boeren. Dat waren per slot van rekening zelf ook Europeanen, die het ook nog eens tegen het reusachtige Britse rijk durfden op te nemen. De Boeren vochten uit alle macht voor een samenleving waarin de apartheid eigenlijk al een feit was, niet voor iets wat ook maar in de verte leek op een samenleving met gelijke rechten voor blank en zwart.

Voor GB was de Boerenoorlog een ramp, ook al versloegen de Britse troepen in 1902 de uitgeputte kolonisten. Een verpletterende morele nederlaag. De Boeren zijn ons stuk voor stuk de baas: waardigheid, doorzettingsvermogen of kunde, of liever onze onkunde.

Reactie van de Britse regering op het rapport Casement terughoudend. Morele verontwaardiging over de wrede uitbuiting zou ongeloofwaardig zijn geweest. De koloniale ervaring beviel feitelijk geen enkele koloniale heerser erg goed.
Duitsland: hetero’s, een eenmalig dieptepunt in de korte koloniale geschiedenis.
Ottomaanse rijk: tussen 1894 en 1915 stierven miljoenen Armeniërs door gerichte acties van het Ottomaanse leger en zijn Koerdische handlangers.
Nederlandse koloniën, vooral Java en Sumatra. Luitenant-kolonel van Daalen. Hendrik Colijn.

Mediaoorlogen

Publiciteitscampagne: een ongekend bereik en de nieuwshonger van de grote kranten.De kranten hadden een nieuwe plek veroverd in het bewustzijn van het grote publiek. Reactie Koning Leopold II: betaling van lobbyisten, omkoping van journalisten. Morel richtte zich tot het grote publiek. Leopold probeerde het onverdedigbare te verdedigen. Het bewijsmateriaal tegen hem was gewoon overweldigend. Hij probeerde de pers en politici in Washington te manipuleren.
Het laatste uur had geslagen voor Congo-Vrijstaat. Leopold verklaarde zich uiteindelijk ‘ruimhartig’ bereid het land te verkopen aan de Belgische regering. Morel voerde in feite de eerste internationale mensenrechtencampagne. De nieuwe massamedia hadden de macht tot op zekere hoogte gedemocratiseerd. Een ommekeer in de machtspolitiek.

Bejlis-affaire in Kiev in 1913. De massamedia hadden de macht uit zijn evenwicht gehaald en een nieuwe grondslag gegeven. Het imago van de macht, in de politiek van oudsher allesbepalend, was niet langer het domein van hofkunstenaars en prestigeprojecten, maar werd bepaald op de redactieburelen.

De prijs van de macht

Koloniale bezittingen waren bepalend voor het zelfbeeld van grote mogendheden. De welbekende schaduwkant van deze wedloop om de wereldmacht was dat het kolonialisme diepgaande en vaak desastreuze gevolgen had voor de mensen die werden gekoloniseerd. Zonder een elite van eigen bodem die de democratie aan de praat kon houden. In alle gevallen liet het enorme vraagstukken na.

Groot Brittanië

De koloniën waren in de verste verte niet zo belangrijk voor grote mogendheden als die hun onderdanen deden geloven. De handelsbalans van het Britse rijk viel ten gunste uit van GB. Maar de kolonisten moesten ook een prijs betalen. De koloniale handel was nadelig voor de eigen textielindustrie, bovendien kostte het koloniale bestuur handenvol geld. De 270 miljoen pond die de Britten ca 1900 in India hadden geïnvesteerd was niet beschikbaar voor het bij de tijd houden van de Britse industrie of voor de concurrentiestrijd met de Europese buurlanden. En de machtigste vloot ter wereld.

Frankrijk

Het koloniale rijk had in Frankrijk aanzienlijke invloed op het nationale bewustzijn.
Wat was het werkelijke belang van de koloniën? Waren ze net zo belangrijk voor de nationale economie als voor de nationale trots? Zeker niet. Er was geen bevolkingsoverschot in Frankrijk dat kon worden overgehaald om zich in de koloniën te vestigen. De bevolking kon alleen maar op peil worden gehouden dankzij immigratie. Ook was er sprake van sprake van handel met Tunesië en Algerije en Indochina.

Duitse Rijk

Voor Duitsland was het bezit van een koloniaal rijk een kwestie van bijbenen met de buren, mondiale machtspolitiek zonder werkelijk economisch belang. De conservatieve Flottenverein (Vlootvereniging) ijverde voor een grote marine en daarmee voor een grotere internationale en koloniale rol. Bismarck eerst niet, daarna wel door politieke berekening. De socialisten waren verdeeld: de meerderheid tegen, op humanitaire gronden, en een minderheid in de hoop dat het zou helpen de inboorlingen te beschaven en zo tot potentiële socialisten te maken. Sommige hoopten dat de onvermijdelijke onderdrukking in de koloniën de wereldrevolutie zou versnellen. Politiek waren de koloniën van weinig waarde, Rathenau vond een ministerpost Koloniën te min en Barones Spitzemberg (chroniqeur van de politieke elite) wijdde er vrijwel geen woord aan. Voor de Duitse bevolking als geheel hadden de koloniën zo mogelijk nog minder belang. Bijna geen blijken van koloniale trots. Wellicht kwam dit door het feit dat Duitsland door land was ingesloten en zich in de loop van de geschiedenis voortdurend tegen buitenlandse invallen had moeten verweren. Economische overwegingen vormden nooit het hart van het Duitse koloniale beleid en de critici hadden gelijk met hun opmerkingen dat de koloniën en de enorme uitbreiding van de Duitse marine het land geld kosten en het op een gevaarlijke ramkoers brachten met de overzeese belangen van GB en Frankrijk. De keizer echter hield omwille van het nationale prestige vast aan het idee van een koloniale macht.

De imperialistische cultuur en de oriëntalistische verbeelding waren niet hetzelfde.
Oriëntalistische verbeelding was rond 1900 een belangrijk bestanddeel van de Europese cultuur. Zij had echter niet zozeer tot doel uitdrukking te geven aan de imperialistische gedachte als wel een uitweg te bieden voor het moordende tempo van het moderne leven.

Imperialisme: het proces waarbij landen hun macht in andere delen van de wereld willen uitbreiden door gebieden te veroveren en te beheersen. Het overnemen gebeurt niet, zoals bij kolonisatie. Het gaat ook vooral om de eigen cultuur en politiek over te brengen of te forceren op de bevolking en economische motieven.

De fascinatie voor de Oriënt was ook een fascinatie voor de sensuele wereld van “natuurlijke” en krachtige emoties, voor een erotisch paradijs onbedorven door de vermanende vinger van de Kerk of de verdorvenheid van de stad. Een tegendeel van de jachtige, technologische levenswijze die de moderne stad zijn inwoners opdrong. Droombeelden van (fata morgana’s) van woestijnen, tropische regenwouden, een prehistrische wereld (suggereerde Conan Doyle), sensualiteit, en geestverruimende drugs beloofden vergetelheid, tijdloosheid, geluk en bevrijding van het jachtige wetserse bestaan. Voor zover snelheid het vergif van de moderniteit was, was de Oriënt het tegengif. De Oriënt was alles wat het Westen niet was.

De koloniën waren voor politici belangrijk als symbool van macht en prestige (zeker niet als bron van winst), maar de koloniën waren ook belangrijk omdat ze de belofte van een ander leven inhielden. Congo-vrijstaat: een netto verlies van 126 miljoen frank.

 

Opdrachten

In dit hoofdstuk geeft Philipp Blom een beeld van het kolonialisme rond 1900.
Reflecterend op de casus van Belgisch Congo en het kolonialisme van de overige Europese natiestaten concludeert hij op p. 134: ‘Het was de kanker die vrat aan de Europese pretentie van moreel leiderschap en de bijbehorende zendingsdrang om de wereld te koloniseren.’

  • Wat verstaat Blom onder de door hem zo genoemde ‘kanker’?

Antwoord

OU Antwoord

Met de uitdrukking ‘kanker’ bedoelt Blom de gruwelijke uitwassen (de terreur, de mishandelingen, de executies enz.) die waren voortgekomen uit het verlangen van koning Leopold van België om een kolonie te bezitten, namelijk Congo, en daar (veel!) geld mee te verdienen.
Volgens Blom was deze ‘kanker’ niet beperkt tot Congo, want op p. 135 schrijft hij:
‘Het was niet moeilijk Leopold te haten en te minachten, maar alle koloniale projecten kenden een gewelddadige inslag.’


  • Wat zou Philipp Blom bedoelen met die ‘Europese pretentie van moreel leiderschap’ die werd aangevreten door de kanker van het kolonialisme? (p. 134)

Antwoord

OU Antwoord

Op p. 135 lezen we over de ‘humanitaire motieven’ die koning Leopold II van België zelf aanvoerde als rechtvaardiging voor zijn bestuur van Congo en over de ‘filantropische buitenkant’ van die onderneming.

We kunnen hieruit afleiden dat Leopold zijn bestuur als de enige juiste manier van handelen beschouwde. Dit is een ‘pretentie’, een aanspraak op een bepaalde kwaliteit, die niet overeenkwam met de gruwelijke werkelijkheid van Leopolds bestuur, waarover we op de pagina’s daarvoor (p. 124-135) hebben kunnen lezen.

Het was bovendien niet alleen een Belgische pretentie, maar een Europese. Op p. 145 lezen we immers hoezeer landen als Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk zich door hun grote koloniale rijken bewust waren van ‘de eigen prominente plek in de geschiedenis en de eigen nationale grootsheid’.


Omdat Blom op p. 147 zonder verdere toelichting Edward Saids opvatting van het begrip ‘oriëntalisme’ introduceert, volgt hier een beknopte introductie tot het gedachtegoed van Said.
Oriëntalisme is de westerse studie van en fascinatie voor alles wat ‘oosters’ is. Met ‘oosters’ worden de meest uiteenlopende landen, culturen en levensbeschouwingen bedoeld. Oriëntalisme scheert ze allemaal over één kam als mysterieus en anders, en is daarom zowel beangstigend als aanlokkelijk.

Dat is tot in onze eigen tijd het geval, denk maar aan het alledaagse gebruik van ‘oosterse mystiek’ of ‘oosterse filosofie’ en de marketing van consumptiegoederen als ‘oosters’.
De Palestijnse literatuurwetenschapper Edward Said stelde in zijn inmiddels iconisch geworden boek Orientalism: Western conceptions of the Orient uit 1978 deze westerse blik op ‘het Oosten’ aan de kaak. Hij liet zien dat oriëntalisme is gebaseerd op een westers, koloniaal ‘discours’.
Het begrip ‘discours’ is afkomstig uit de filosofie van Michel Foucault. Foucault beschouwt een discours, in het Nederlands te vertalen als ‘vertoog’, als het geheel van impliciete redenaties waarmee een groep mensen in een bepaalde tijd vraagstukken, onderwerpen en geschiedenissen in een bepaald perspectief zet en zo de werkelijkheid construeert, zonder zich daarvan bewust te zijn.

Said stelde dat het discours van het oriëntalisme ontrafeld, gedeconstrueerd moet worden, omdat oriëntalisme meer zegt over de manier waarop het Westen functioneert dan over de realiteit van ‘de Oost’. Door het te deconstrueren wordt volgens Said duidelijk dat het discours van het oriëntalisme in dienst staat van een imperialistische ideologie.

Op p. 155 schrijft Blom: ‘Voorzover snelheid het vergif van de moderniteit was, was de Oriënt het tegengif.’

  • Kunt u deze uitspraak, met de kennis die u nu hebt opgedaan over Edward Saids analyse van het begrip ‘oriëntalisme’, verklaren?

Antwoord

OU Antwoord

In het Westen worstelde men rond 1900 met de effecten van het moderne leven. De snelheid van het leven (‘het vergif’) was er een van. De Oriënt als fictieve werkelijkheid bood ‘onthaasting’, om een populair begrip uit onze eigen tijd te gebruiken. Het leven in het Oosten zou tijdloos zijn, gestructureerd door oeroude gebruiken. De zielerust die dit opleverde, kon eventueel ondersteund worden met de oosterse genotsmiddelen opium en hasj.
Deze oosterse droom van vergetelheid en geluk was als het ware een tegengif voor de overprikkelde, gehaaste westerse mens. Zo werd een beeld van het Oosten gecreëerd in dienst van de westerse samenleving, en dat is wat Edward Said bedoelde met zijn analyse van het begrip ‘oriëntalisme’.


A giant golden statue of a European missionary with an African boy clutching his robes is seen at the Royal Museum for Central Africa in Tervuren

Voorafgaand aan deze opdracht vindt u in het menu een afbeelding van een verguld beeld van een priester. Een kruis met een rozenkrans is in zijn riem gestoken. De priester heeft zich ontfermd over twee inwoners van de Belgische kolonie Congo.
Het beeld staat in Musée Colonial de Tervueren in Tervuren (bij Brussel), dat in opdracht van de Belgische koning Leopold II in 1904 werd gebouwd. Het museum ‘vierde’ Leopolds koloniale project in Congo.

  • Welke gedachte(n) die u bij Blom in hoofdstuk 5 hebt gelezen, ziet u in dit beeld terug?

Antwoord

OU Antwoord

De priester staat voor de Europese en in dit geval specifiek Belgische pretentie van moreel leiderschap; een katholieke priester die geduldig de bevolking van de Congo beschermt, letterlijk en figuurlijk op zijn arm neemt en de spirituele weg wijst.

Daar lijkt de bevolking ook om te vragen: kijk maar naar de omhoog kijkende figuur aan de voeten van de priester.

Het lijkt haast wel alsof het kindje op de arm van de priester reeds ‘gered’ is (het kind hangt tevreden tegen de schouder van de man), terwijl de oudere figuur op de grond smeekt om diezelfde redding. De priester heeft ter geruststelling zijn hand al op zijn rug gelegd en hem tegen zich aangedrukt.

De priester is ontzaglijk groot afgebeeld, terwijl de lokale bevolking buitenproportioneel klein (wellicht als kinderen) afgebeeld is.

Het is duidelijk de bedoeling van dit beeld om de grootsheid en christelijke taak van Europa om de minderwaardigheid van de ‘Ander’ te laten zien.

Philipp Blom

Blom – De duizelingwekkende jaren H01

In 1871 moeten de Fransen toezien hoe keizer Napoleon III gevangen genomen wordt door de Duitsers en gedwongen wordt om af te treden. De Duitse keizer Wilhelm I wordt gekroond in de spiegelzaal van Versailles. Elzas-Lotharingen moet aan Duitsland worden teruggegeven.

Blom – De duizelingwekkende jaren H02

De Britse adel is altijd klein en machtig gebleven. Door het eerstegeboorterecht werden titel en grondbezit doorgegeven en bleven latere kinderen met lege handen. Met de opkomst van de industriële revolutie en het koelschip ontstaat een globale markt.

Blom – De duizelingwekkende jaren H04

Een vreemd schijnsel Maria Sklodowska, gehuwd met Pierre Curie. Henri Becquerel: röntgenstraling. Wilhelm Conrad Röntgen: röntgenstraling. De nieuwe straling had ook een ander, duisterder aspect. De stralen legden van elk levend lichaam het skelet bloot. Thomas...

Blom – De duizelingwekkende jaren H05

Zijne majesteit en meneer Morel Congo-vrijstaat: door de staat gesubsidieerde slavernij en moord. Uitzonderlijk wrede executies.Onwaarschijnlijke reden voor deze onvoorstelbare terreur: de vraag naar rubber (John Dunlop). De fiets werd een cultureel fenomeen,...

Blom – De duizelingwekkende jaren H07

n Duitsland is rond 1906 tijd herkenbaar dat de adel, de elite, in leefomstandigheden verkeert die niets mannelijks meer vergen. Het moet bewezen worden op een gekunstelde manier, door een duel, door de jacht, door uiterlijk vertoon, door oorlog.

Blom – De duizelingwekkende jaren H11

We zijn opgehouden te vragen ‘Wat geeft dit beeld weer?’ en vragen in plaats daarvan ‘Wat voor gevoelens roept het op?’ We nemen aan dat een beeldend kunstwerk meer gemeen heeft met een muziekstuk dan met een ingekleurde foto. Clive Bell

Blom – De duizelingwekkende jaren H13

De eugenetica of rasverbetering is het wetenschappelijk onderzoek naar het verbeteren van de genetische samenstelling van een populatie. Vaak heeft men hierbij het verbeteren van het mensenras op het oog. Het woord is gevormd naar het Grieks voor ̉εύ (“goed”) en ̉γίγνομαι (“geboren”). Positieve genetica = selectieve voortplanting.

Blom – De duizelingwekkende jaren H15

1914 - En het einde is de dood Moord op de hoofdredacteur van Le Figaro, een conservatieve Franse krant. Dader: , de echtgenote van de Franse minister van financiën. Voor de Frans-Duitse en internationale verhoudingen was...
Print Friendly, PDF & Email