Select Page

De duizelingwekkende jaren

H2 - 1901: Wisseling van de wacht

1901: Wisseling van de wacht

Groot Brittanië

De Britse adel is altijd klein en machtig gebleven. Door het eerstgeboorterecht werden titel en grondbezit doorgegeven en bleven latere kinderen met lege handen. Met de opkomst van de industriële revolutie en het koelschip ontstaat een globale markt. Met slechts eenderde van de Britse bevolking werkzaam in de landbouw wordt ervoor gekozen om de interne markt niet te beschermen middels invoerheffingen. Binnen tien jaar ging de binnenlandse markt waar de Britse adel zo lang op kon steunen in rook op. Grondbezit was als machtsbasis voor de adel zo goed als waardeloos geworden. Een deel van de adel verkocht de helft van zijn grond om de schuld af te lossen en de rest te beleggen in aandelen. Daarmee stimuleerden ze hun eigen ondergang doordat juist veel buitenlandse innovatieve bedrijven te steunen om nog efficienter landbouw te bedrijven. Terwijl de Britse industrie inmiddels verouderd was. (wet van de remmende voorsprong). Veel edelen trouwden met rijke nouveaux riche.

Frankrijk

In Frankrijk was het belang van de adel al veel kleiner na de Franse revolutie. Verzet tegen de republiek kwam vooral van katholieke groeperingen, die zich ook tegen Dreyfuss hadden gekeerd. Ze waren nationalistisch, antisemitisch en antirepublikeins. De radicale president Emile Combes sloot daar op alle katholieke scholen, zich beroepend op een vage wet over ideologische samenkomsten. Aan de strijd tussen republiek en kerk die door de Dreyfus affaire weer was opgelaaid kwam abrupt een einde met een wet op scheiding van kerk en staat.

Rusland

In Rusland was de adel zeer omvangrijk (circa 250.000 adellijke families), ieder kind erfde de titel, grond werd verdeeld en versnipperde. Met de afschaffing van het lijfeigenschap in 1861 verloor veel adel de middelen om het land te verbouwen. In feite was de adel failliet, mede ook omdat ze niet in staat of bereid waren om moderne efficientere technologie in te zetten. Tsaar Nicolaas II was ervan overtuigd dat zijn macht berustte op de twee pilaren: de adel en de kerk.

Habsburgse Rijk

De Habsburgse adel was gericht op het platteland en zelfvoorzienend. Sommige adellijke families bezaten enorme stukken grond zo groot als een compleet Engels graafschap. Hongarije was de grootste graanleverancier aan vleesproducent Argentinië. Het uitgestrekte Hongaarse platteland en de conservatieve sociale structuur garandeerde nog steeds goedkope concurrerende productie. Ze waren minder gevoelig voor conjunctuur en de globalisering en meer bereid om efficientere productiemethoden zelf ook toe te passen. Kleinere grondbezitters werden op de loonlijst van Frans Jozef gezet, zowel in de regering als in het leger. Daarnaast betrok hij de adel actief in zijn beleid. Ook bestond er brede consensus vast te houden aan de status quo, niet mee te gaan in de alom tegenwoordige koloniale expansie drift. Terughoudendheid was het devies.

Duitsland

In Duitsland was nog nooit een opstand tegen het bewind geweest. De macht van het vorstenhuis en de adel stond niet ter discussie. Het nieuwe bewind sinds 1871 had een traditioneel provinciale militaire achtergrond. Politiek, adel en het leger waren sterk met elkaar verbonden. Het vertegenwoordiging van de adel in het parlement was boven proportioneel. De adel werd voor haar loyaliteit met het landsbestuur beloond met belastingvrijstelling en invoerheffingen. Zo werd ze beschermd tegen de industrialisatie en de mondialisering van de markt. Desondanks hadden de grondbezitters het zwaar. Maar hun houding paste zich daarbij aan. Ze waren spaarzaam, vastberaden en zelfredzaam. Zuinigheid werd het nieuwe plichtsbesef. Daarnaast konden veel zonen van de lagere adel terecht in het leger waardoor ze met hun salaris konden helpen de eindjes aan elkaar te knopen. In tegenstelling tot Keizer Wilhelm II die het breed liet hangen. De oude adel had daarmoeite mee, maar de nieuwe rijken interesseerde het niet. Wilhelm kon dan ook goed opschieten met de nieuwe vaak Joddse industriëlen, door jaloerse adel de Kaiserjuden genoemd.

In de grote hanzesteden en in het Rijnland heerste een andere moraal. De Duitse middenklasse ordende op basis van opleiding en burgerlijke verdienste. Voor hen was de adel met zijn erfelijke titels een klasse van ontaarde kleingeestige klaplopers. Medailles en titels werden regelmatig geweigerd.

Samenvatting van Achille van den Branden

Jarenlang was het Britse rijk bestuurd vanuit Osborne House op het Isle of Wight. Vastberadenheid van de Britten, het geloof in hun rijk en in de koningin. Rijkste en machtigste natie ter wereld. Nam de helft van de mondiale industriële productie ter wereld. Burgerlijke cultuur. Strenge hiëarchie maar geen militair vertoon. De glorie van de marine. Nieuwe koning na Victoria: Edward VII, ‘Bertie’. Grof en extravert in tegenstelling tot zijn kalme, discrete moeder. Jachtpartijtjes. Op grondbezit gebaseerde rijkdom in Oostenrijk-Hongarije, Rusland en Groot-Brittannië. Eerstgeboorterecht. Landbouwkundige innovaties in het middenwesten van Amerika. Uitvinding van het koelschip: internationale markt en internationale concurrentie vanuit Nieuw-Zeeland, Australië en Argentinië. Inkomenscrisis in de Britse landbouw weegt sterk op de landadel. Eén enkel sterfgeval kon hen nu ruïneren. Verbintenissen tussen adel en nouveaux riches, rijke ondernemers (Mann, Koninklijke Hoogheid). Radicale Franse president Émiles Combes laat 10.000 katholieke scholen sluiten. Wet aangenomen over de scheiding van kerk en staat. Russische adel zo goed als failliet. Bevrijding van lijfeigenen in 1861 niet te boven gekomen. Nieuwe landbouwtechnieken mislukken. Habsburgse rijk gericht op het platteland, zelfvoorzienend en minder vatbaar voor schommelingen in de markt. Adel verbonden aan de Kroon; Frans Jozef zet ze op zijn loonlijst. Drie afzonderlijke legers: Oostenrijkse, Hongaarse en gezamenlijk leger. Nooit had een revolutie de Duitse adel omverworpen (p. 54): provinciale en militaire mentaliteit. Landsbestuur beloonde zijn aristocraten rijkelijk. De machtige klasse van Junkers in Oost-Pruisen. Machtige noordelijke havensteden als Hamburg, Bremen, Lübeck en Danzig waren kleine republieken. Het Duitse Bürgertum, de middenklasse. Titel van Kommerzienrat: teken van onbesproken gedrag. Sanitätsrat, Justizrat enz. Edward en Wilhelm II verzekerden zich van zulke machtige nieuwe vrienden. Muziek van Edward Elgar op tekst van Arthur Benson.

Philipp Blom

Blom – De duizelingwekkende jaren H01

In 1871 moeten de Fransen toezien hoe keizer Napoleon III gevangen genomen wordt door de Duitsers en gedwongen wordt om af te treden. De Duitse keizer Wilhelm I wordt gekroond in de spiegelzaal van Versailles. Elzas-Lotharingen moet aan Duitsland worden teruggegeven.

Blom – De duizelingwekkende jaren H02

De Britse adel is altijd klein en machtig gebleven. Door het eerstegeboorterecht werden titel en grondbezit doorgegeven en bleven latere kinderen met lege handen. Met de opkomst van de industriële revolutie en het koelschip ontstaat een globale markt.

Blom – De duizelingwekkende jaren H04

Een vreemd schijnsel Maria Sklodowska, gehuwd met Pierre Curie. Henri Becquerel: röntgenstraling. Wilhelm Conrad Röntgen: röntgenstraling. De nieuwe straling had ook een ander, duisterder aspect. De stralen legden van elk levend lichaam het skelet bloot. Thomas...

Blom – De duizelingwekkende jaren H05

Zijne majesteit en meneer Morel Congo-vrijstaat: door de staat gesubsidieerde slavernij en moord. Uitzonderlijk wrede executies.Onwaarschijnlijke reden voor deze onvoorstelbare terreur: de vraag naar rubber (John Dunlop). De fiets werd een cultureel fenomeen,...

Blom – De duizelingwekkende jaren H07

n Duitsland is rond 1906 tijd herkenbaar dat de adel, de elite, in leefomstandigheden verkeert die niets mannelijks meer vergen. Het moet bewezen worden op een gekunstelde manier, door een duel, door de jacht, door uiterlijk vertoon, door oorlog.

Blom – De duizelingwekkende jaren H11

We zijn opgehouden te vragen ‘Wat geeft dit beeld weer?’ en vragen in plaats daarvan ‘Wat voor gevoelens roept het op?’ We nemen aan dat een beeldend kunstwerk meer gemeen heeft met een muziekstuk dan met een ingekleurde foto. Clive Bell

Blom – De duizelingwekkende jaren H13

De eugenetica of rasverbetering is het wetenschappelijk onderzoek naar het verbeteren van de genetische samenstelling van een populatie. Vaak heeft men hierbij het verbeteren van het mensenras op het oog. Het woord is gevormd naar het Grieks voor ̉εύ (“goed”) en ̉γίγνομαι (“geboren”). Positieve genetica = selectieve voortplanting.

Blom – De duizelingwekkende jaren H15

1914 - En het einde is de dood Moord op de hoofdredacteur van Le Figaro, een conservatieve Franse krant. Dader: , de echtgenote van de Franse minister van financiën. Voor de Frans-Duitse en internationale verhoudingen was...
Print Friendly, PDF & Email